Mijn kind heeft extra ondersteuning nodig, wat nu?

Waar we vroeger keken naar wat een kind had, kijken we nu naar wat een kind nodig heeft om een diploma te kunnen halen.

In overleg met de school bespreken ouders en leerling wat dit inhoudt: extra ondersteuning bij het plannen van huiswerk bijvoorbeeld, of een time-out moment als blijkt dat de leerling even een rustmomentje nodig heeft. Als de school dit niet meer zelf kan, komt het samenwerkingsverband in beeld. Voor ouders blijft de mentor in eerste instantie het aanspreekpunt. De mentor bespreekt zijn of haar zorgen met de zorgcoördinator, waarna deze in contact treedt met het SWV. Het SWV kan een arrangement (maatwerk om de leerling te helpen) afgeven, of een 'toelatingsbewijs' tot het speciaal onderwijs.  

Bij aanmelding van een leerling wordt er eerst een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) ingevuld. Hierin staat wat de leerling nodig heeft, waar hij goed in is en wat hij nog lastig vindt, maar ook het uitstroomperspectief van de leerling. Dit betekent het niveau waarop de school verwacht dat de leerling zal uitstromen. Het samenwerkingsverband stimuleert de scholen dit in overleg met ouders te doen. 

Een arrangement betekent maatwerk: voor iedere leerling precies wat nodig is!

Ondersteuning bij de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs:
Lekstroom School's Cool is sinds 2011 een vrijwilligersproject dat vrijwillige thuisbegeleiders koppelt aan leerlingen die een extra steuntje in de rug nodig hebben bij de overgang van de basisschool naar het voorgezet onderwijs.

Dit regionale project maakt deel uit van School's cool Nederland. Het doel van het programma van School's cool Nederland is het vergroten van het schoolsucces van leerlingen die niet vanzelfsprekend succes zullen hebben op school. Voor meer informatie zie www.lekstroomschoolscool.nl