Naar wie voor wat?

Het eerste aanspreekpunt voor ouders is de mentor. De mentor kent de leerling en kan samen met ouders kijken wat nodig is.

Als blijkt dat de mentor niet voldoende in staat is om (samen met docenten) passende ondersteuning voor de leerling te realiseren, wordt de zorgcoördinator ingeschakeld. De rollen en inzet van de mentor en zorgcoördinator vallen binnen de basisondersteuning van de school. Mocht er dan nog extra ondersteuning nodig zijn, dan kan de zorgcoördinator aankloppen bij het samenwerkingsverband. 

Ook ouders kunnen contact opnemen met het samenwerkingsverband, bijvoorbeeld als zij vragen hebben over de ondersteuningsroute, of advies willen over plaatsing op het voortgezet speciaal onderwijs. Zie hiervoor de ondersteuningsroute.

Pas wanneer de commissie Extra Steun met daarin de commissie toelaatbaarheidsverklaring (TLV) een bindend advies heeft gegeven, kan er een toelaatbaarheidsverklaring worden afgegeven. Dit document is nodig om een plek in het voortgezet speciaal onderwijs te verkrijgen. Het samenwerkingsverband maakt afspraken met de voortgezet speciaal onderwijsscholen in en buiten de regio om dit proces zo soepel mogelijk te laten verlopen.